|
De Bethunepolder neemt in het Noorderpark een aparte positie in. Het is een voormalige droogmakerij en ligt daardoor zeer laag ten opzichte van de omgeving.
Tot op heden is het grootste deel van de polder in gebruik bij agrariërs. Vanwege de lage ligging en de drainerende werking die dit heeft op de omgeving is water altijd een belangrijk aspect in de polder geweest. Naast kwelwater vanuit de omliggende polders kwelt er ook water op dat afkomstig is uit de Utrechtse Heuvelrug.
Het wegmalen van het kwelwater uit de polder kostte in het begin van de 20ste eeuw zoveel dat dit niet opwoog tegen de opbrengsten uit de landbouw. Men wilde de polder vol laten lopen.
Vanwege de goede kwaliteit kwelwater (afkomstig van de Utrechtse Heuvelrug) heeft het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf Amsterdam de kosten voor bemaling op zich genomen en gebruikt tot op heden het water van de Bethunepolder voor de productie van drinkwater. De aanwezigheid van goed kwelwater heeft de Bethunepolder destijds voor verdrinking gered.
In het landinrichtingsplan is de Bethunepolder begrensd als (toekomstig) natuurgebied. Daarbij is het gebied opgesplitst in een reservaatsgebied, ten noorden van de Middenweg, en in een natuurontwikkelingsgebied, ten zuiden van de Middenweg.
In opdracht van de Landinrichting worden op vrijwillige basis agrarische gronden aangekocht door Bureau Beheer Landbouwgronden (onderdeel van Dienst Landelijk Gebied). De aangekochte gronden in het natuurontwikkelingsgebied worden overgedragen aan Waternet (voormalig Waterleidingbedrijf Amsterdam) en verworven gronden in het reservaatsgebied aan Staatsbosbeheer. Deze organisaties zullen de (te ontwikkelen) natuur in de polder gaan beheren.
Figuur 1: Bethunepolder
In 1999 en 2000 is er door de Landinrichting een inrichtingsplan gemaakt voor de polder. Hierbij is op basis van de te behalen doelen (schraalgraslanden graslanden, trilvenen, moerasachtige vegetatie) een zonering gemaakt. In de kernzone zouden de trilvenen worden ontwikkeld met daar omheen schraalgraslanden respectievelijk moerasachtige vegetatie. Nadat dit inrichtingsplan was gemaakt, zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd.
Als randvoorwaarde voor de inrichting wordt rekening gehouden met de aanwezige bebouwing. In een straal van 100 meter, wordt niet afgegraven en wordt geen open water gerealiseerd.
Eind 2005 heeft de Landinrichting weer een doorstart gemaakt met de inrichting van de Bethunepolder. Het inrichtingsplan dat in 2000 is opgesteld heeft als basis gediend. Verder is in het voorjaar van 2006 een onderzoek uitgevoerd naar de fosfaatverzadiging in de bodem. De aanwezigheid van fosfaat is een belangrijk aspect bij het welslagen van de ontwikkeling van de beoogde natuurdoelen.
In 2007 heeft de provincie Utrecht de opdracht aan de Landinrichtingscommissie uitgebreid. Zij heeft bepaald dat de kwelreductie voor de Bethunepolder geen 3,5% maar 10% moest worden. Voor de laatste stand van zaken verwijst de Landinrichtingscommissie u naar nieuwsbrief 12, pagina 6 en 7.
naar de nieuwsbrieven
Voor inlichtingen over de vorderingen van de inrichting voor de Bethunepolder kunt u contact opnemen met:
Dienst Landelijk Gebied
Jeroen Heijmerink
Tel: 030-2344595
>>terug naar uitvoering
|