Karakteristiek van het gebied

In onderstaande paragrafen wordt ter oriëntering een beschrijving gegeven van het Noorderpark gebied. Daarbij worden na een aanduiding van de bestuurlijke indeling en de ligging van het gebied ingegaan op de opbouw van het gebied met zijn bijzondere kenmerken.

Bestuurlijke indeling

Het landinrichtingsgebied heeft een oppervlakte van circa 5.900 ha. Het Noorderpark beslaat een gedeelte van het grondgebied van de gemeente De Bilt, een gedeelte van de gemeente Maarssen, een klein deel van de gemeente Utrecht en zeer klein deel van de gemeente Breukelen. Waterstaatkundig valt het gebied voor het grootste deel onder het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, een kleiner deel in het oosten valt onder het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. >>begin

Ligging

Het Noorderpark ligt op de overgang van de Utrechtse Heuvelrug en het Gooi naar de rivier de Vecht. Aan de zuidkant ligt de stadsrand van Utrecht en Maarssen en de Maarsseveense Plas, aan de noordrand liggen de Loosdrechtse Plassen. >>begin

Figuur 1: ligging van het gebied
Figuur 1: ligging van het gebied
Klik voor grotere versie: [800x600] [1024x768]

Geomorfoligische en hydrologische opbouw

Het Noorderpark is in geomorfologisch opzicht een zeer gevarieerd gebied. De hoogteligging varieert van circa 3,0 m +N.A.P. in het oosten tot circa 3,3 m -N.A.P. in de Bethunepolder. Het Noorderpark grenst in het noordoosten aan de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en het Gooi. Zie voor de geomorfologische en hydrologische opbouw figuur 2.

 

Figuur 2: Geomorfologische en hydrologische opbouw
Figuur 2: Geomorfologische en hydrologische opbouw
Klik voor grotere versie: [800x600] [1024x768]

Het Noorderpark wordt in hydrologische zin gekenmerkt door een regionale grondwaterstroming van de Utrechtse Heuvelrug en het Gooi in zuidwestelijke richting naar de laaggelegen poldergebieden langs de Vecht. Naast deze regionale grondwaterstroming treedt er ook een vooral oost-west gerichte grondwaterstroming op tussen de vele polders met onderling verschillende polderpeilen. Een meer lokale grondwaterstroming vindt plaats naar de Bethunepolder vanuit de directe omgeving (een zone van ca. 1 a 2 km, zie figuur 2).
Door de bijzondere chemische samenstelling van het kwelwater zijn plaatselijk, met name in de zoddengebieden, uit natuurwetenschappelijk oogpunt zeer waardevolle vegetaties ontstaan, waarbij in het bijzonder de van kwelwater afhankelijke trilvenen genoemd dienen te worden. >>begin

Infrastructuur

Het landinrichtingsgebied wordt van noord naar zuid doorsneden door de Rijksweg A27. De noordelijke rondweg (N230) van Utrecht vormt de grens met de stad Utrecht. Met de N234 (Nieuwe Wetering - Baarn) en de N417 (Utrecht - Hilversum) parallel aan de A27 is het Noorderparkgebied direct toegankelijk. Via het plattelandswegennet is het gebied verder toegankelijk. De hoofdwegen liggen loodrecht op de Vecht. Tussen de A27 en de N417 ligt de spoorbaan Utrecht - Hilversum. In het zuiden wordt de Hooge Kamp doorsneden door de spoorlijn Utrecht - Amersfoort. >>begin

Visueel-ruimtelijke opbouw

Het Noorderpark vormt de overgang van de Utrechtse Heuvelrug en het Gooi naar de Vecht en het Vechtplassen gebied. Er zijn in hoofdlijnen vier gebieden te onderscheiden met een eigen ruimtelijke karakteristiek (zie figuur 3).

Figuur 3: Visueel ruimtelijke opbouw
Figuur 3: Visueel ruimtelijke opbouw
Klik voor grotere versie: [800x600] [1024x768]
  • Het grootschalige weidegebied met opstrekkende verkaveling. Dit gebied bestaat uit open weidegronden en open tot gesloten moerassen en trilvenen. De verkaveling en een aantal belangrijke ontsluitingswegen staan haaks op de Vecht en zijn deels voorzien van beplanting. De lintbebouwingen van Tienhoven, Westbroek en Maartensdijk liggen min of meer evenwijdig aan de Vecht en hebben een besloten karakter. Aan de zuidzijde grenst het gebied direct aan de stad Utrecht en heeft het door de aanwezigheid van recreatiecomplexen, forten, plassen en moerasbossen een minder grootschalig karakter.
  • Het kleinschalige overgangsgebied naar de Heuvelrug, bestaat uit een samenstel van kavelgrensbeplantingen, bos, landgoedcomplexen en daardoor begrensde ruimten. Het grondgebruik bestaat voornamelijk uit grasland en boomteelt.
  • De Bethunepolder. Deze drooggemalen veenplas heeft een rationele blokverkaveling en ligt ongeveer 3 meter lager dan de omgeving. De beplante Middenweg en de wegen langs de rand van de polder staan loodrecht op de Vecht. De droogmakerij bestaat nog voornamelijk uit grasland.
  • De rivier de Vecht met oeverwallen. Een deel van dit gebied omvat de stad Utrecht. Aan de uiterste westkant van de stad ligt een kleinschalig gebied waarbij weidegronden, landgoederen en bosjes elkaar in een blokpatroon afwisselen. De beplante wegen en verspreide bebouwing versterken het kleinschalige karakter

>>begin

 

 

Nederland
Logo NoorderparkLogo Dienst Landelijk Gebied